430. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 21 augustus 1933
Amice frater,
Indertijd heeft Herstel er op gestaan, dat de eventuele conferenties zouden voorbereid worden door de contact-commissie. Daarom zou ik zeggen: als jij er geen bezwaar tegen hebt het af te doen, dan zou dit de beste weg zijn. Je kunt dan aan Van Riet (of aan mij) opgeven: plaats en uur van de conferentie; dan wordt zij door Van Riet geconvoceerd wat onze mensen betreft. Nu is bij mij nog een vraag gerezen. De samenkomst op 12 september is feitelijk de conferentie met Herstel voor de publicatie van ’t rapport. Evenhuis1 vroeg 15 exemplaren aan, d.w.z. dat hij zeker op 15 Herstel-mensen rekent op 12 september. Zou het nu ook niet goed wezen, als wij tot een 15 kwamen bijv. door de uitvoerende commissie er bij te vragen, dat is al 4 (Aris,2 Beerens,3 Oberman,4 Obbink5 en bijv. Van der Leeuw en Lindeboom?6 Of heb je andere namen - of heb je een ander idee? Wederzijdse inleidingen7 zijn goed voor de leiding van de discussie. Een onzijdig voorzitter8 acht ik zeer gewenst. Anders heb ik gedacht aan Scholten,9 die toch ook voor Herstel geen persona ingrata zal zijn. Maar anders een onzijdige voorzitter. Met hartelijke groeten, tt.
A.M. Brouwer.
Ik moet zo dadelijk uit. Daarom niet meer.
(AN)