Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Utrecht

Weergave
Passages naar Readwise sturen

154. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Leeuwarden, 23 november 1901

Amice,

Dit is de brief die volgen zou. Al volgt hij laat, hij volgt toch en daar was ’t om te doen. Ook om nog eens te danken voor ’t vriendelijk onthaal in Utrecht mij bereid. Het is prettig, weer eens in de oude academiestad oude vrienden te ontmoeten. Je merkt al, dat ik een habitué-in-spe ben van de Utrechtse predikantenvergaderingen: al wordt daar misschien wel eens wat kool verkocht, die kool is de sop alleszins waard, wat niet veel in ’t leven voorkomt. Daarom is ook de Utrechtse predikantenvergadering een grote bizonderheid aan de trans van een eenvoudig dorps-predikanten-hemeltje. Je had zeker niet verwacht in deze brief een beschouwing over de predikantenvergadering te vinden. Nu, ik zelf ook niet. Dat mag je troosten. Maar nu over wat anders. Is De Hartog1 Hegel niet in de haren gevlogen? Heeft hij ’s mans haardos in behoorlijke toestand gelaten? Dat kan ik me eigenlijk niet voorstellen. Wil je hem daarom wel eens er aan herinneren, dat mijn dorstige keel smacht naar enige filosofische lafenis, die hij mij zou verstrekken door toezending van zijn stuk? Als ik je een raad mag geven, bestudeer filosofie, mijn waarde, ook uit boeken. Want daar in de filosofie zitten de einden van onze wetenschap vast - misschien zo, dat we zeggen: wetenschap vaarwel! En hoe zit hem met het Boycotblad, dat de Utrechtse studenten zullen uitgeven? Zal ’t werkelijk worden uitgegeven? Is er kans, daarop in te tekenen, of is het boven de draagkracht van een de einden aan elkaar passend theoloog? En Ankerman2 eindelijk van zijn protest bevrijd? Ik zal hem eens schrijven, dat is een felicitatie waard. ’k Ben benieuwd naar de uitslag van zijn studie. Als hij er nu nog maar bij kan blijven, dan ben ik er trouwens niet bang voor. Wat mijzelf betreft, in Sluipwijk3 heb ik een paar bijzonder gezellige dagen doorgebracht. De jongere broer van Jansen Schoonhoven (die te Schalkwijk staat)4 was er ook gelogeerd, zodat we menig theologisch boompje hebben opgezet, maar dat toch niet alleen, gelukkig. Zaterdagmorgen ben ik naar Amsterdam gegaan, waar ik Piet Boersma en mijn zuster5 beiden welvarend aantrof. Hier hebben we ’t nieuw schilderijenmuseum6 en een Indische tentoonstelling bekeken. Vooral het eerste heel mooi. ’s Avonds over de zee terug. En nu deze week weer kalm aan ’t werk. En hoe heb jij het verder gehad? Als je eens papier en pen en inkt bij elkaar ziet liggen, maak dan eens van de gunstige gelegenheid gebruik, om mij ook een briefje te schrijven. Mijn adres is je wel bekend: Klein Schavernek 2. Aan dat adres is een brief altijd welkom. A.s. maandag komt mijn oom7 in de stad (uit Scharnegoutum). Mijn grootmoeder is de laatste tijd niet al te wel. Met mijn meisje gaat het best, die je ook laat groeten. Ontvang verder de hartelijke groeten van je vriend,

Nus Brouwer.

Mijn postwissel ontving je?

(AN)

Noten

  1. 1

    A.H. de Hartog (1869-1938), wiens vader A.H. de Hartog (zie brief nr. 19 (14.6.1886), n. 2) uit volle overtuiging achter de Doleantie stond, studeerde eerst aan de VU 1895-1898, vervolgde zijn studie te Utrecht, waar hij als medestudenten A.M. Brouwer en ON ontmoette, promoveerde 1903 RUU over Het probleem der wilsvrijheid naar Schopenhauer; herv. pred. o.a. te Heemstede en Amsterdam, bijzonder hoogleraar (apologie van het christendom) vanwege de A.H. de Hartog-stichting RUU, hoogleraar ethiek en wijsbegeerte UVA; zie ook VW 1, 147, n. 1.↩

  2. 2

    J. Ankerman, zie brief nr. 152 (3.4.1901), n. 3.↩

  3. 3

    T.J. Jansen Schoonhoven (1872-1951), herv. pred. te Sluipwijk 1899-1908.↩

  4. 4

    L. Jansen Schoonhoven (1875-1918), herv. pred. te Schalkwijk 1901.↩

  5. 5

    Piet Boersma, zwager van A.M. Brouwer.↩

  6. 6

    Het Stedelijk Museum, geopend in 1895.↩

  7. 7

    P. Flieringa, herv. pred. te Scharnegoutum, zie brief nr. 115 (14.6.1897), n. 3.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 153. J.P. Eringa aan O. NoordmansUtrecht155. Ouders aan Oepke →