Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Laren Gld.

Weergave
Passages naar Readwise sturen

384. A.M. Brouwer aan O. Noordmans

Utrecht, 24 december 1930

Waarde vriend Noordmans,

Gisteravond verraste de post mij met een Kerstgave van Geestelijke Perspectieven,1 waarvoor hartelijk dank. Ik ben van achteraf begonnen te lezen: over Ontwikkeling en toekomst van de ethische theologie.2 Deze studie heb ik nu tot een einde gebracht en nu wil ik niet wachten met je hartelijk te danken voor wat je geeft. Ik heb daar niet zo dadelijk een oordeel over en ik zal mij allerminst vermeten mij in de discussie te mengen. Veel is mij bij eerste lezing nog niet duidelijk. Wat ik er van begrijp, heeft in hoofdzaak mijn instemming. Misschien begrijp ik datgene niet dat mijn instemming ook niet heeft. Is ‘persoon’3 iets zonder inhoud, alleen iets in relatie tot God? Of eigenlijk is dit nog te veel: is het alleen een relatie tot God? Heb ‘ik’ dan geen inhoud en zijn alle levenservaringen niet anders dan een verbandloze opeenvolging van juiste en onjuiste relaties - de laatste dan in overwegende meerderheid - , die ik het best doe maar te vergeten? Waarom is in deze redenering God niet louter gezichtspunt?4 Wat is eschatologisch? Eschatologisch licht b.v.?5 ’t Bijbels begrip is voor mij duidelijk als een historisch, als een tijdbegrip - wij gaan die laatste dingen tegemoet. Maar in dit betoog voel ik een sterk filosofische interpretatie van het woord, waardoor het ‘axiologische’ eschatologie, leer der laatste waarden, wordt - waarden die nooit verwerkelijkt worden, die alleen in het geloof te aanvaarden zijn, en dan tenslotte alleen in het geloof bestaan. Zo kom ik ook weer tot de conclusie, dat de hoogste waarden alleen gezichtspunten zijn. Waar ligt de grens tussen evangelie en solipsisme en atheisme? Ge zult zeggen: dat ligt in het geloof. Is dit geloof iets anders dan een gezichtspunt? Hohlraum ... Absolute negatie, volstrekt atheisme kan je bedoeling niet zijn. Maar dan mag alles niet losgemaakt worden. Er bestaat een vast onwrikbaar zijn, waarmee ik in verbinding kan treden, anders dan alleen door een ‘oordeel’ of een ‘gezichtspunt.’6 Hier liggen voor mij de angsten waarvoor de ‘dialektische’ theologie mij stelt. Is de uitdrukking ‘te organisch’7 ook wel juist? Iets is organisch of het is ’t niet. Te organisch zou moeten zijn: identiteitsfilosofie. Met mijn Meppelse diakoon, die zich daarmee tegen alle tegenspraak wapende, zeg ik: ‘het zijn maar losse gedachten.’ Hartelijk dank voor je boek. Ik zal het herlezen. Met hartelijke groeten - gezegende kerstdagen gewenst, ook voor vrouw en kinderen tt.

Nus Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    O. Noordmans Geestelijke Perspectieven (Amsterdam 1930).↩

  2. 2

    Ontwikkeling en toekomst van de ethische theologie, VW 3, 435-481.↩

  3. 3

    VW 3, 446-479. ON zegt o.m. op VW 3, 446 van D. Chantepie de la Saussaye: ‘De la Saussaye voelt het wijsgerig denken ... als een ledige vorm aan. Deze moet gevuld worden. ... Geest moet Heilige Geest zijn. Gods immanentie die van de Triniteit. Persoonlijkheid wordt men pas door wedergeboorte.’ De positieve religieuze persoonlijkheidsidee van de ethische theologie wordt door ON verworpen en hij pleit voor een theologie die inzet bij de Heilige Geest: ‘Wanneer ze (de persoonlijkheid, red.) dient om het zondige leven eenheid en afronding tegenover God te geven, is ze niet meer dan een afsluiting van dat zondige leven. De veelheid van menselijke toestanden, behoeften, zonden en noden moet stuk voor stuk open blijven voor de inwerking des Heiligen Geestes’ (VW 3, 479). Het leven van de mens ligt onder het oordeel van de Goddelijke werkelijkheid, Schepping staat tegenover Verlossing, zonde tegenover genade. Het is slechts de Heilige Geest die deze zaken tot eenheid vermag te brengen. Een en ander wordt zo gebracht op de distantie des geloofs, waarbij de mens wordt gezien in relatie tot God en de ‘persoon’ komt te staan in het licht van Gods oordeel. Zie ook G.J. Paul Schepping en koninkrijk (Wageningen 1959), 58v.↩

  4. 4

    VW 3, 475: ‘Wanneer de natuur een gezichtspunt is, dan volgt daaruit niet dat God het ook is’ en vooral VW 3, 476: ‘Het is wel nodig op geestelijk gebied het oordeel in de ervaring op de voorgrond te brengen, maar in het Evangelie valt het oordeel samen met het zijn. God is niet ons gezichtspunt, maar alle oordelen gaan van Hem uit. Hij is de Eerste en de Laatste. Oordeel en Zijn tegelijk.’↩

  5. 5

    VW 3, 473: ‘Voor de theologie van De la Saussaye en Gunning is juist kenmerkend dat ze de dingen in ethische orde en daarmee in eschatologisch licht wenst te stellen.’↩

  6. 6

    Vgl. n. 3 en 4.↩

  7. 7

    VW 3, 457: ‘De vraag moet nu herhaald hoe de eenheid van en de verhouding tussen moraal, wedergeboorte en Evangelie of kosmisch uitgedrukt: tussen wereld, mens en God te denken is. Mijn antwoord moet luiden dat in de historische ethische theologie deze eenheid en het verband der drie delen te organisch genomen is.’↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 383. O. Noordmans aan K.H. MiskotteLaren Gld.385. H. Visser aan O. Noordmans →