242. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Meppel, 29 oktober 1909
Amice frater,
Nog steeds bleef onbeantwoord een Ansicht uit ’t Schwarzwald en een lange brief uit Hotel Barbarossa.1 Niet alleen de traditionele drukte deed ’t briefschrijven achterwege blijven. Ook de ledigheid van mijn catechisatie-bus. En ik had beloofd f 2,50 te sturen voor de “Philanthroop”.2 ’t Ging tot nu toe niet. Er was hier ook een man, die “negotie” wou beginnen om van de drank af te komen en aan wie ik negotie-geld verschafte, dus ook al “filanthropie”. ’t Heeft niet mogen baten en mijn catechisatie-bus werd er ganz und gar leeg van. Nu kan ik er toch niet voor langs om zonder filanthropische gave je te schrijven en nog wel je een dienst te vragen. Ik beloofde collega Van Noppen,3 dat ik de 25-jarige colportage-vereniging4 in onze noordelijke bladen zou gedenken. Zo kom ik dan tot de redacteur van de “Inwendige Zending” voor de Friese Kerkbode5 met vriendelijk verzoek ingesloten stuk in het eerstvolgende nummer te willen doen opnemen. Door de grote letters lijkt het langer dan ’t is. - Hebben jullie ook een collecte voor Christelijke Belangen? Wij zullen tegen ’t volgend jaar in Havelte en omstreken een eigen evangelist moeten aanstellen en zouden nu gaarne zoveel mogelijk van de schuld op onze gebouwen daar (f 9.000,-) willen afdoen.6 Wegens de post is dit een kort briefje, een echt “dienstbriefje”, tegenhanger van Barbarossische overpeinzingen. Ik hoop er nog wel eens meer van te horen. Want zien, zie daar was je berekening te eenvoudig voor. Tot later. Hier alles wel. Met hartelijke groeten, tt.
Nus Brouwer.
(AN)