Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Utrecht

Weergave
Passages naar Readwise sturen

115. A.M. Brouwer1 aan O. Noordmans

Utrecht 14 juni 1897

Waarde Heer, wat de behandeling door de heer Van Velthuizen2 betreft, uit eigen ervaring kan ik haar u zeer aanbevelen. Na ruim zes maanden onder behandeling van verschillende dokters te zijn geweest, was ik zover, dat ik driemaal een half uur per dag kon studeren. Na een behandeling van de heer Van Velthuizen van vier à vijf weken kon ik met genoegen, zonder enig nadeel ervan te ondervinden, zes uur per dag studeren. Door onvoorzichtigheid en te grote haast moest ik in de grote vacantie mij weer een week onder behandeling stellen en daar ik na die vacantie voor mijn examen zat, heb ik me nog ongeveer anderhalve maand onder behandeling gesteld: één maand daarvan werd ik slechts tweemaal ’s weeks behandeld. Maar wat voor mij heel weinig moeite kost, daar ’k hier woon, zal voor u natuurlijk meer bezwaarlijk zijn, daar u hier een tijdlang moet komen wonen. De resultaten, die ik bij vrienden en kennissen zag, waren ook zeer gunstig en wat mij zelf nog betreft - sedert 14 december van het vorige jaar ben ik niet meer behandeld en ik heb altijd geregeld kunnen werken en college lopen, maar ik moet natuurlijk nog voorzichtig zijn en niet langer dan 1⚑_ à 2 uur achterelkaar studeren en geregeld wandelen. Gisteren heb ik de heer Van Velthuizen een bezoek gebracht, om over een mogelijke behandeling van u te spreken. Nu is de zomer om zijn warmte niet de meest geschikte tijd, maar de heer Van Velthuizen zag er geen bezwaar in, als u n.l. er niets op tegen had ’s morgens te 7 à 8 uur te worden behandeld (een behandeling duurt van ± 3 kwartier tot ruim anderhalf uur toe, dat is erg verschillend). Wilt u dus besluiten tot een behandeling, wilt u dan zo goed zijn mij even te schrijven, wanneer u hier denkt te komen, en ook aan de heer Van Velthuizen bericht te zenden op welke dag u hier is? Zijn adres is: de Weled. Heer J. J. van Velthuizen, Rijkskanaalwachter K.V., Tolsteegsingel wz 8bis, Utrecht. Hoe lang een mogelijke behandeling zou kunnen duren, is natuurlijk niet te zeggen. Om teleurstelling te voorkomen, heb ik u uitvoerig de tijd van mijn behandeling geschreven. Een vriend van me, die het erger had dan ik, is ongeveer twee maanden onder behandeling geweest - met het beste gevolg -, een ander, die heel heel ver weg was, ruim een half jaar. De laatste wordt nog behandeld, hoewel het tegen ’t einde loopt. Maandag, dinsdag, woensdag, donderdag van deze week is de heer Van Velthuizen thuis en als hij ’t weet, dat u komt, is hij natuurlijk te spreken. Met vriendelijke groeten, ook aan mijn oom3 en verdere familie, Uw dw. dienaar,

A.M. Brouwer.

(AN)

Noten

  1. 1

    A.M. Brouwer (1875-1948), studievriend van ON uit Utrecht, de latere Utrechtse hoogleraar (zie VW 1, 149 n. 24), werd geboren in de Minahassa, en na het vroegtijdig overlijden van zijn moeder opgenomen in het gezin van zijn grootvader ds. G. Flieringa te Menaldum. Daarvandaan ging hij op het gymnasium te Leeuwarden en legde in 1893 het eindexamen af. Zijn studie in Utrecht werd in 1894 onderbroken door een ziekte, waarvoor hij behandeld werd door de magnetiseur J.J. van Velthuizen. Brouwer en ON kwamen met elkaar in contact via de oom van Brouwer, ds. P. Flieringa, pred. te Scharnegoutum van 1896-1923 (zie n. 3). Brouwer was het die ON in contact bracht met de heer van Velthuizen, die ook zoveel bijdroeg aan ON’s herstel na diens jarenlange overspanning. En zodoende kwam ON in Utrecht in plaats van in Leiden terecht, waar hij zijn studie voltooide. De eerste gemeente van Brouwer was Haamstede op Schouwen. In de nazomer van 1902 ging hij z’n werk daar beginnen samen met z’n vrouw B. Boersma (Bontje). Haar voornaam wordt in de brieven afgekort tot Bon. Op 4 augustus 1902 werd hun huwelijk bevestigd door ds. P. Flieringa in de Waalse Kerk te Leeuwarden. Brouwer ondertekent zijn brieven vaak met ‘Nus’. Brouwers tweede gemeente was Meppel. Daarna werd hij, eerst te Rotterdam, later in Oegstgeest, rector van de Zendingsschool. In 1921 wordt hij kerkelijk hoogleraar te Utrecht en in 1935 hoogleraar Nieuwe Testament. Zwaar werd Brouwer getroffen toen in 1918 zijn vrouw geestesziek werd en hij met zijn jonge kinderen achterbleef. Zie: P.W.J. van den Berg, ‘Curriculum vitae van Anneus Marinus Brouwer’ in: Prof Dr. A.M. Brouwer. Zijn leven en werken (Leiden 1948). In de periode 1897-1934 hebben ON en Brouwer talrijke brieven gewisseld, die getuigen van een intieme en vriendschappelijke relatie. De vriendschap bekoelde naar aanleiding van het optreden van Brouwer als adviseur ter synode bij de benoeming van een nieuwe kerkelijke hoogleraar in januari 1935, terwijl ON op de voordracht stond en opnieuw in 1938-39 toen de inzichten over de reorganisatie uiteen gingen lopen. Brouwer wordt gerekend tot de zgn. latere ethischen. Behalve als nieuwtestamenticus heeft hij zich verdienstelijk gemaakt voor de zendingswetenschap. In 1931 werd Brouwer voorzitter van de ‘Vereeniging Kerkopbouw’ (KO), die zich beijverde voor reorganisatie van de NHK en waarin ook ON een bestuursfunctie kreeg. Hij publiceerde veel. Bekend werd zijn vertaling van het NT (Leiden 1938) en o.a. zijn dissertatie RUU: Daniel Chantepie de la Saussaye. Eene historisch-dogmatische studie (Groningen 1905); en vele geschriften op het terrein van het NT.↩

  2. 2

    J.J. van Velthuizen, Rijkskanaalwachter K.V., Tolsteegsingel wz8bis te Utrecht, magnetiseur.↩

  3. 3

    P. Flieringa Gzn. (1856-1937), herv. pred. te Scharnegoutum 1896-1923.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← UtrechtUtrecht116. Oepke aan zijn ouders →