400. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 27 juni 1931
Amice frater,
Deze brief blijft langer in de pen dan ik mij voorgenomen had. Er was deze week veel werk aan de winkel, terwijl een lastige ‘spit’ in de rug - Hexenschusz, zeggen onze buren, met een mooi woord voor een vervelende zaak - mij ook nog handicapt. Het speet ons allen zeer, je op onze vergadering te missen en niet ’t minst ook omdat gezondheidsredenen daartoe drongen. Hartelijk hoop ik dat je weer beter bent. Wij hebben maandag1 heel wat afgedaan. Wij zullen in october met de vrijzinnigen samenkomen om over de XII Artt. te praten;2 een commissie (Van der Leeuw, Boissevain,3 Lindeboom)4 zal dat in orde brengen. - Voor Kerkherstels contact-commissie werden benoemd Oorthuys5 en Evenhuis.6 Jullie kunt nu contact leggen en, naar ik hoop, ook een bespreking voorbereiden. - In october ook een algemene vergadering over ontwapeningsvoorstel en werkeloosheidskrisis.7 - In september wel weer moderamen: dan wou ik proberen een klein bestuur daaruit te doen kiezen. Dan kan ’t brede moderamen b.v tweemaal ’s jaars samenkomen. - De financiën gaan niet schitterend. Wij zullen kalmpjes aan moeten doen. Ik zie wel, dat ik mij zoveel mogelijk voor dit werk vrij moet maken. Wagenaar (Leeuwarden)8 zei (in de pauze) tegen mij, dat Haitjema zich nogal eens onbegrepen voelt (misunderstood) en Wagenaar vroeg zich af, of jouw artikel9 dat voorgelezen is hem niet wat zou prikkelen. Ik dacht van niet, omdat hij je kent en mag. Maar ik vraag nu toch even, om de drukproef naar Laren te sturen. Dan krijg je haar nog even onder de ogen met deze opmerking in je gedachten. Voor mijn gevoel zit er wel enig schot in de beweging. De loopgraafpositie verandert meer in een bewegingsoorlog, dunkt mij. De mensen komen meer voor de dag. Misschien dat zij tenslotte tot een beslissing komen. Maar wij moeten dit laatste niet forceren. Want de misverstanden zijn legio. Hartelijke groeten, ook aan je vrouw, tt.
Nus Brouwer.
(AN)