399. A.M. Brouwer aan O. Noordmans
Utrecht, 2 juni 1931
Amice frater,
Na overleg meenden Oberman1 en ik, dat het wel beter was het moderamen niet voor maar na de ledenvergadering van Kerkopbouw samen te laten komen, om de winterplannen, de financiële actie, de najaarsvergaderingen met de Vrijzinnig Hervormden en eventueel met Kerkherstel, enz. te bespreken. Maar nu moet ik op de ledenvergadering een en ander zeggen over de nu bestaande verhoudingen, terwijl op de moderamenvergadering van de commissie van contact2 enig voorstel wordt verwacht. Naar aanleiding daarvan schrijf ik even, zowel aan jou als aan Kohnstamm,3 om van gedachten te wisselen en mij eens uit te spreken. Oberman vindt mijn oordeel te pessimistisch, maar ik meen dat hij ongelijk heeft. Over de conferentie te Bilthoven met Kerkherstel4 hadden wij afgesproken heel sober te berichten, om de mogelijkheid tot samenspreken zoveel mogelijk open te houden. Daarom gaf alleen Goedhard5 enkele opmerkingen en werden de inleidingen van Kohnstamm en Boissevain6 in ’t kort medegedeeld. Heel anders vatten de heren van Kerkherstel het op. Je hebt natuurlijk gelezen wat Haitjema en Evenhuis7 in Nieuw Kerkelijk Leven8 schreven. Het gaf mij aanleiding tot enige ‘aanvulling.’9 Maar de zaak is feitelijk deze, dat ik het stuk vooral van Haitjema zo glibberig onwaarachtig en gemeen politiek vind, dat als het om zuiver persoonlijke zaken ging, ik hem een briefje geschreven zou hebben met het verzoek, mij nooit weer onder de ogen te komen. Oberman meent dat het zo erg niet is - hij las trouwens ’t artikel maar in ’t kleine stukje in’t Handelsblad - en dat Haitjema niet opzettelijk liegt. Dat moest er eigenlijk nog bijkomen! Neen, dat geloof ik ook wel niet, maar blijkbaar is hij zo onwaarachtig in zijn optreden, dat hij niet in staat is, leugen van waarheid te onderscheiden. Zijn hele artikel is er op uit, om 1. het niet meedoen aannemelijk te maken, 2. Kerkopbouw te drukken in ’t partijhoekje van links-ethisch, onbetrouwbaar, vrijzinnig. Als dit lukt, dan worden wij als links-politieke groep den volke voorgesteld en komt er van nieuwe orientering niets. Wij blijven in ’t partijgemodder van ’t ogenblik steken. Intussen is dan de weg weer makkelijker tot reorganisatie in bedoelde zin. En om dat te bereiken is het glibberige onwaarachtige stuk in Nieuw Kerkelijk Leven geschreven. Nu wou ik op de ledenvergadering van 15 juni10 wijzen op het grote gevaar dat onze beweging dreigt eensdeels door deze zuivere-politieke houding van Haitjema, andersdeels door een niet juist begrijpen door sommige vrijzinnigen van wat wij willen. ’t Is niet een eenheidsbeweging, ’t is niet “een vredig samenwonen” van verschillende richtingen, maar het is het in praktijk brengen van een nieuw kerkideaal. Daaraan zoeken samen te werken, zonder prijs te geven ons dogmatisch inzicht inzake verzoening, verlossing en andere centrale stukken. Op deze punten zal een geestelijke strijd te voeren zijn, maar met kerkelijke erkenning op de grondslag van het geloof in Christus. Zo zie ik het. Graag hoorde ik hierover je oordeel. En in verband met deze opvatting zou ik graag van de commissie van contact op de moderamenvergadering een voorstel zien, hoe en wat met Kerkherstel te doen. Met hartelijke groeten tt.
Nus Brouwer.
Ik schrijf Kohnstamm tegelijk met deze brief hetzelfde.
(AN)