387. A.M. Brouwer aan O. Noordmans1
Utrecht, 9 januari 1931
Amice frater,
Ook Korff2 schreef over de organisatie-clausule. Hij stelt voor te lezen: terwijl ook haar organisatie in dit opzicht een ongunstige invloed kan hebben geoefend. Dit lijkt mij zuiverder geformuleerd. De vroegere organisatie heeft een beletsel gevormd. Maar sedert de beroeping en benoeming in 1867 niet meer bij coöptatie, maar door de gemeente plaats vindt3 - sedert er ook keuze is voor de hogere ‘besturen’ buiten de lagere besturen enz.,4 is er in de organisatie zoveel ten goede veranderd, dat wij hier heel voorzichtig moeten zijn in onze uitdrukking. Ik weet niet, of een waarlijk levende kerk bepaald reorganisatie zou eisen. Er is in ’t vlak demokratische dat velen in de reorganisatie willen brengen, toch ook geen klein gevaar. Daarom noemde ik deze kwestie een voor de studiecommissie. Ik hoop dat je met ’t boven onderstreepte genoegen kunt nemen: dat laat de weg open voor verschillende waardering van de tegenwoordige organisatie; ook dus voor reorganisatie. Met hartelijke groeten, tt.
A.M. Brouwer.
(AN)