19. Oepke aan zijn ouders
Gymnasium, Zetten, 14 juni 1886
Geliefde Ouders!
Het zal thuis denk ik wel druk zijn met de hooiing, daar ge mij een poos geleden geschreven hebt, dat de maaiers1 er reeds waren. Nu, het is hier ook heel vruchtbaar en ik heb hier vandaag al een pond kersen gegeten; zij zijn nog niet zwart maar smaken toch reeds goed. Als zij nog een beetje beter zijn denk ik eens een mandje vol naar huis te sturen. Vrijdag hebben wij het jaarfeest van het Gymnasium gevierd. ’s Middags om twee uur hield professor De Hartog2 een rede in de kerk en ’s middags om vier uur hadden wij een keurig diner. Zaterdag hebben wij ook vrij gehad en zondag en maandag natuurlijk ook. Vandaag heb ik een wandeling gemaakt naar de Grebbe, een riviertje in de provincie Utrecht, waar het zeer heuvelachtig is. Vanmorgen om half zeven ben ik weggegaan en ik was om drie uur weer thuis. Ik ben goed gezond. De groeten aan Jaap, Anna, Gep en Pier. Ik hoop dat Vader mij eens spoedig terug zal schrijven. Ontvang de hartelijke groeten van Uw U liefhebbende zoon
(Oepke)
(AN)