179. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 8 oktober 1904
Geliefde Oepke,
Hedenmorgen heb ik aan uw adres verzonden een halve korf stoofperen, en maandagmorgen verzenden wij D.V. met Van der Weiden en dan verder met de Makkumer stoomboot een korf ringenetten. Een deel van de peren gemerkt n° 2 moet gij het eerst opgebruiken. Deze zijn afgewaaid. Ik had nog maar weinig afgeplukt. Ze waren nog maar pas tijdig, en ik ben thans niet goed gezond. Gisteren ben ik de gehele dag tot ’s avonds 6 uur te bed gebleven. Heden is het aardig beter en nu is onze kachel ook gereed. Ik heb de peren maar dadelijk gezonden, omdat ze niet lang gespaard kunnen worden. Ze zijn hoofdzakelijk afgewaaid en deze verzenden wij nu maar dadelijk rond onder de familie. Uw peren zijn dus cadeau en wij hebben daarvan nu niet meer over. Verdere bijzonderheden heb ik niet te melden. Van Dijk is dinsdag bij ons geweest en heeft ons op de hoogte gebracht van zijn huiselijke aangelegenheden en van uw goede gezondheid. Zo lang ik niet beter wordt, kan ik niet te Gaast noch bij u aan de pastorie komen. Althans zo dit niet strikt noodzakelijk is. Wij hopen u integendeel eens spoedig weer te zien. Van harte gegroet, uw u liefhebbende vader en moeder
D.P. Noordmans en G.O. de Roos.
(AN)