86. Oepke aan zijn ouders
Leiden, oktober 1892
Geliefde ouders!
’t Wordt zo langzamerhand eens tijd iets nader van mij te laten horen. Dat ik een goede reis gehad heb, is u bekend door mijn briefkaart. Mijn gezondheid gaat tegenwoordig tamelijk goed, tenminste gaat vooruit. Voordat het geheel beter is zal, denk ik, nog wel een poosje duren. Ik ben hier nog eens naar professor Nolen1 toegegaan en die heeft mij aangeraden om elke morgen borst en rug goed nat te maken met koud water. Zolang ik hier in Leiden ben, ben ik al aardig opgeknapt. Ik moet 10 uur naar bed, en 7 uur weer op. Mijn levenswijze is dus aardig veranderd. Prof. Nolen heeft mij geraden het roken helemaal maar te laten, want dat was heel schadelijk voor mij, zei hij. Zijn advies kostte mij niets, waarschijnlijk omdat ik student ben. Hoe gaat het thuis? Spoedig hoop ik iets te horen. Na groeten uw liefhebbende zoon
Oepke.
P.S. Het sneeuwt hier.
(AN)