181. Oepke aan zijn ouders
Makkum, 16 december 1904
Geliefde Ouders!
Het is al een hele tijd geleden dat ik thuis geweest ben. Maar in de winter valt dat niet mee. ’s Woensdags en donderdags catechisatie, vrijdags en zaterdags preekwerk. ’s Maandags meest een kleine bijeenkomst met een paar collega’s, zodat alleen dinsdag helemaal vrijblijft. Ge begrijpt dat het er dan, al zijn de dagen niet alle helemaal bezet, wel eens moeilijk uitkomen is. Zo kan ik voor Kerstmis beslist niet. Met vaders verjaardag hoop ik natuurlijk te komen.1 Voor dit schrijven bestaat een bijzondere (geen gewichtige) reden. Collega Smit2 in Makkum zou graag de Kinderdoop van Wormser3 een poosje te leen hebben en vroeg of ik het had. Ik zei dat ik het misschien wel van huis krijgen kon. Hij zou ook graag het boekje van vader4 eens lezen en ik heb hem gezegd, dat hij er waarschijnlijk wel één cadeau krijgen kon. Het mijne was uitgeleend. Zou vader beide geschriften even willen zenden? Of in elk geval even antwoorden, liefst spoedig, of de Kinderdoop te krijgen is? Bij Van Dijk vernam ik dat het thuis goed gaat. Ik heb de groeten ontvangen. Met Anna gaat het nogal aardig op ’t ogenblik. Ze gaat echter ook niet zichtbaar vooruit.5 De drukke tijd komt weer aan. Van ’t jaar valt het echter nogal mee, want 1e Kerstdag en Nieuwjaar vallen op zondag en bovendien heb ik op 1e Kerstdag des namiddags geen dienst. Zo’n dag als er een halve achteraan komt preek ik maar eenmaal. Dat was hier zo gewoonte en ik vind het eigenlijk ook beter. Het jaar is haast al weer om. Men begrijpt niet waar de tijd zo gauw blijft. Vader komt zeker in de winter niet veel buiten. Met vaders verjaardag hoop ik dan een paar dagen te komen. Van Jakob of Pier heb ik de laatste tijden niet gehoord. Lambers is laatst geweest. Betje schrijft nog niet eens aan Van Dijk en Anna. Ze zijn daar erg traag in ’t schrijven. Skuzum is een kleine plaats. Dus nieuws valt van daar niet te melden. Ik zit deze brief eigenlijk ook niet in Skuzum te schrijven. Maar ik zit op ’t ogenblik in Makkum op de studeerkamer van ds. IJsseling.6 Hijzelf is naar catechisatie. Aanstonds als hij terugkomt gaan we nog een potje schaken en dan zo 10 uur (’t is nu kwart voor acht) ga ik weer huiswaarts. Dus ik hoor dan wel eens hoe het met de boeken staat. Ontvangt de hartelijke groeten van uw u liefhebbende zoon Oepke.
(AN)