131. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 14 september 1897
Lieve Oepke!
Uw goede berichten zijn door ons ontvangen. In antwoord de volgende mededelingen. Alles in huis vrij gelijk als bij uw vertrek. Eeke1 van Lambers is bij ons een nacht te logeren geweest, anders hebben wij bijna geen bezoek gehad. Meester De Boer ook even op een avond, die het plan had om met april 1898 naar de Transvaal te vertrekken, omdat hij toch wegens zijn zenuwen de hoofdacte niet kan halen en het altijd onderwijzer te blijven volgens hem bijna gelijkstaat met geen maatschappelijke toekomst te hebben. Van der Meer is hedenmorgen even bij ons geweest om zo mogelijk te werven bij de leden voor zijn benoeming. Hij is op het achttal geplaatst, of hij ook op het drietal komt, is nog de vraag. De commissie is nogal geheimhoudend. Waarom dit dient, begrijp ik niet. Door de weifelende houding van C. Visser heb ik in de laatste week veel drukte en hoofdbrekens gehad met de scheiding der Tzummer plaats2 hoewel ik zijn houding wel enigszins begrijp, dewijl hij dobberde tussen het al of niet nemen van de goudberg3 en daarom van mij trachtte te halen om daardoor tot beslissing te komen. Zo maakte hij het mij zeer lastig. Gisteren zijn we op de goudberg samen geweest, de vier erfgenamen en ik, en zijn wij overeengekomen overeenkomstig mijn eerste voorstel, wij 85 pond, C. Visser4 de goudberg, 17⚑_ pond, S. Visser5 de 7 pond aan de Kubaardseweg (Groenedijk en Tjalling6 de 8 pond onder Kubaard, behalve een kleine vergoeding aan C. Visser, en is alles nu gegaan naar het oorspronkelijke plan. Mijn hoofd duizelt nog van al deze bewegingen en plannen om tot een beslissing te komen. Gij begrijpt dat ik nog niet onwennig heb kunnen zijn van mijn betrekking als wethouder. E. van de Gaast is nu in mijn plaats als wethouder gekozen. Hoewel ik hem de geschikste keur, zo had ik toch niet verwacht, dat hij de gekozene zou worden. Hij is een man met een bedaard en tamelijk helder oordeel over zaken doch spreekt niet gemakkelijk. Hoewel, als hem enige tijd gelaten wordt, zeer goed. Het viel mij mee, dat de raad hem zo kende, m.i. is het de rechte man op de rechte plaats. Mijnh. Zijlstra, de kandidaat der christelijk-historischen als raadslid is plotseling overleden ten gevolge van inwendige kneuzing in de lies. Met de boerderij gaat het regelmatig zijn gang zoals in deze tijd van het jaar pleegt te geschieden. Ik heb daarover dus thans niet te schrijven. De handeltijd is nog niet daar. Gras komt er tegen de herfst niet veel, vermoedelijk dus geen lange herfst. Natuurlijk maakt de weersgesteldheid in oktober veel verschil. Met de kippen van Pier ook al geen nieuws. Eén piek heeft een dikke krop. Is daar ook iets aan te doen? 3 à 4 eieren per dag is zowat de trant en hiermee eindig ik mijn derde brief om straks nog een vierde aan H. van Dijk te schrijven. Voor mijn hoofd vandaag weer meer dan genoeg (vanmorgen ben ik naar Sneek geweest). Van harte gegroet van uw u liefhebbende vader
D.P. Noordmans, alsmede van uw u liefhebbende moeder G.O. de Roos, broeders en nicht.
P.S. bij ons is het thans guur weer, donkere lucht, noordenwind. Zondag was het prachtig weer. Flieringa heb ik weer met genoegen gehoord.
(AN)