24. Oepke aan zijn ouders
Gymnasium Zetten, 7 februari 1887
Geliefde ouders!
’t Is prachtig weer op het ogenblik buiten en ik heb zo pas een wandeling gemaakt. Ik dacht nu moet ik nog meer eens een paar lettertjes schrijven. In mijn vorigen brief schreef ik dat wij een jongelingsfeest zouden hebben. Wij hebben dan ook donderdag dat feest gehad. Om half zeven heeft ds. van Lingen in de kerk de feestrede gehouden. Hij had bericht gehad dat het geen aard mocht hebben alsof het een gewone godsdienstoefening ware, want dan mocht hij niet spreken. Op het feest dat om 8 uur in de zaal begon waren afgevaardigden van Zutphen, Oosterbeek en van de jongelingsvereniging op het dorp. Woensdagavond ben ik bij Pierson1 op de vluchtheuvel2 geweest. Die hield een lezing3 over Christen- en Christinreis naar de eeuwigheid4 in verband met de tegenwoordige toestand in de kerk. Vanavond zal hier op het gymnasium een bidstond plaatshebben... [onvolledig]
(AN)