30. Oepke aan zijn ouders
Zetten, 6 september 1887
Geliefde ouders!
De brief van vader en moeder heb ik gisteravond in goede welstand ontvangen. Thuis was alles goed, schreef vader, en ook ik ben heel goed gezond. Het is hier tegenwoordig ook vruchtbaar weer, en het regent nogal vaak. Wat betreft het catechiseren, toen wij hier ’s avonds kwamen, lagen er twee lijsten op tafel, een voor ds. van Lingen en een voor ds. Gunning.1 Daar vader gezegd had dat vader misschien niet eens schrijven zou, tekende ik toen maar voor ds. van Lingen, maar nu schreef vader dat vader toch aan dominee had geschreven. Deze heeft er tegenover mij nog niet over gesproken. Oepke en Van Dijk hebben natuurlijk nog vacantie. Ik zal moeder nog maar eens herinneren dat Van Dijk mij een klokje zou sturen en dat ik dan graag een wekker had. Er is hier nu ook een kapper op het dorp gekomen, ik kan mij hier nu dus ook laten knippen. Ik zal het morgen of zaterdag dan ook laten doen! Jaap en Pier zullen het nog wel erg druk hebben met vissen. Zij moeten mij ook maar eens schrijven. Ik kan me hier tegenwoordig nogal goed schikken. Het is nu natuurlijk nogal een variatie en op een kamer is het veel gezelliger dan op zo’n slaapzaal en wij kunnen er ook rustiger werken. De kleren kunnen wij nu ook fatsoenlijk in een kast hebben. Mijn koffer kwam de volgende avond aan, alles is goed overgekomen. Het rookvlees ben ik al mee bezig. Een dag of wat geleden is er een dochter gestorven van ds. Pierson,2 die getrouwd was met een zekere ds. Schot.3 Ik ben maar blij dat het met dominee en meester4 zo wat stil is want, zoals vader schrijft, nu kan het wel eens in de doofpot raken. Zij hebben het hier zoals alle jaren ook nu verreweg verloren met stemmen voor de Tweede Kamer. Anna is nu zeker ook al weerom van Longerhouw,5 want zij zou zaterdag of maandag thuiskomen. Nu heb ik niet veel meer te schrijven. Door ’s Heren goedheid ben ik goed gezond en wens dat ook van u allen. Doe de groeten s.v.p. van mij aan Van Dijk, Anna, Jaap, Gep, Pier, Ymkje en Germ. In de hoop, dat vader en de anderen mij eens spoedig weer zullen schrijven, uw u liefhebbende zoon
(Oepke)
(AN)