Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Zetten

Weergave
Passages naar Readwise sturen

60. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 25 november 1888

Lieve Oepke

In antwoord op uw schrijven van 18 november l.l. dient dat ik voor uw schrijven reeds aanvrage had gedaan, waarop ik gisteren antwoord heb ontvangen, inhoudende dat u in de eerste dagen van januari examen zal worden afgenomen voor de 4e klasse, D.V. zou de preciese datum later worden bepaald. De rector1 schrijft mij tevens dat, zo ik hem persoonlijk wens te spreken, dat ik dan daartoe iedere dinsdag en zaterdag de gelegenheid heb. - Misschien doe ik het bij gelegenheid ter nadere kennismaking. Te zeggen of te vragen heb ik echter op het ogenblik niets. Ik geloof dat de zaak voorlopig in orde is; hebt gij iets te vragen, schrijf het dan s.v.p. De secretaris, die ik persoonlijk sprak, heeft mij gezegd dat het naar zijn oordeel voor u het beste was om u maar niet al te druk te maken over hetgeen u ter toelating voor de vierde klasse zou gevraagd worden, over hetgeen door u op Zetten niet zou geleerd zijn, dewijl er bij het examen rekening mee gehouden werd dat gij van Zettens gymnasium kwaamt. Meer van belang was het dat gij goed thuis waart in datgene waarin gij ter toelating in de vierde klasse te Zetten geëxamineerd waart - het zal dus goed zijn het oude nog eens te repeteren. Hoofdzaak is dat gij goed weet wat gij geleerd hebt, dewijl de examinatoren dan beter over uw vermogen kunnen oordelen - is dit voldoende, dan twijfel ik (naar de indruk die ik bekomen heb) niet aan uw toelating. Uw getuigschrift heb ik ter inzage verstrekt. Wat verder uw vraag betreft, de beantwoording daarvan is niet moeilijk, of liever, de vraag behoorde niet gedaan te worden, maar doet mij denken aan Rebekka en Jakob - als Jakob eens niet op een bedriegelijke wijze de zegen der eerstgeboorte had ontvangen,2 hoe had de belofte dan kunnen vervuld worden, die op Jakob was? Antwoord: daar zou de Here voor zorgen. Indien in het land der Gadarenen slechts één van de duivel bezetene verlost werd,3 hoe zou dan de prediking des Evangeliums daar vruchten kunnen dragen? Antwoord: daar zou de Here voor zorgen. Indien de Apostelen moesten uitgaan uit een stad waar ze vervolgd werden, het stof schuddende van hun voeten hun ten getuigenis4 - hoe zou het Evangelie dan in zulk een stad vruchten kunnen dragen? Antwoord: daar zou de Here voor zorgen. Toen Luther zeide: hier sta ik, ik kan niet anders - God helpe mij - wist hij toen vooruit, hoe de reformatie der kerk zou tot stand komen? Gevoelt gij nu dat de vraag gegrond is op berekening - op vooruit te willen zien - uitvloeisel van het ongeloof? Geloof mij (als wij mensen de zaak vooruit willen pasklaar maken, hoe de reformatie der kerk tot stand zal komen) dat er alsdan niets van terecht komt. Voor ons geldt de regel: gehoorzaam te zijn in datgene wat God beveelt; getrouw te zijn in datgene waartoe God de Here ons roept; lijdzaam te zijn in de verdrukking - en verder vooral niet te berekenen wat wij in dergelijke omstandigheden zullen spreken en doen. Het zal u in die ure gegeven worden wat gij spreken zult. Hebt gij wel eens gelezen dat Elia zeide, ik ben alleen overgelaten en zij zoeken mijn ziel - maar wat was het goddelijke antwoord: Ik heb mij nog 7000 overgelaten, die hun knie voor het beeld Baäl niet gebogen hebben.5 Elia had zeer geijverd, alleen had hij onderwijzing nodig dat de uitbreiding van Gods Koninkrijk niet geschiedt door kracht of door geweld, maar door Zijn Geest. Wordt die gemist, dan is alle reformatie klatergoud. Hartelijk gegroet van uw liefhebbende vader en moeder,

D.P. Noordmans en G.O. de Roos,

alsmede van uw zusters, broeders en nicht.

(AN)

Noten

  1. 1

    A.E. Beuzekamp; zie ook brief nr. 58 (12.11.1888).↩

  2. 2

    Zie Gen. 27.↩

  3. 3

    Zie Luk. 8:26-39, Mark. 5:1-20.↩

  4. 4

    Zie Matth. 10:14 (vgl. vs. 23), Mark. 6:11, Luk. 9:5; vgl. Hand. 13:51.↩

  5. 5

    Zie 1 Kon. 19:18.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 59. Oepke de Roos aan Oepke NoordmansZetten61. Oepke aan zijn ouders →