68. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 2 oktober 1891
Lieve Oepke,
Volgens uw brief gedateerd 29 september1 begrijp ik dat het gezegelde stuk aan u nog niet terug kon zijn. Dinsdagmorgen is het ons per post bezorgd. Ik heb het dadelijk laten tekenen en des middags te Sneek in de bus gestoken, geadresseerd aan de Wed. Knottnerus. Gij zult het nu zeker al ontvangen hebben. Eerst 1 october is uw brief uit Leiden verzonden. Vanwaar dit verschil van twee dagen tussen schrijven en verzenden vanaf het postkantoor? Toen moest het stuk reeds in uw handen zijn. Op de voorzijde kon wegens gebrek aan plaatsruimte de legalisatie van de burgemeester niet staan en de heren klerken achtten het tekenen op de achterzijde volstrekt niet onwettig, temeer omdat ook voor de ...2 een gedrukt formulier op de achterzijde ter tekening was aangewezen. - Schrijf s.v.p. per briefkaart of alles in orde is. En zo niet dan moet er door u een ander gezegeld stuk gezonden worden. Ik twijfel echter niet of het zal wel goed zijn. Uw beoordeling van prof. Gunning3 acht ik volkomen juist. Het verblijdt mij dat gij het verleidende van dat stelsel4 dadelijk doorziet. God beware u van met die stroom mede gevoerd te worden, want dan komt ge in de moderne wateren terecht, waarvoor ons de Here genadiglijk behoede, want van tweeën een: of tot de wet en de getuigenissen, of tot de wetenschap, en of men nu al bazelt van de inspiratie des Geestes in het hart der gelovigen, indien de Heilige Schrift geen beslissend gezag heeft, dan moet toch tenslotte de geest des mensen zelf scheidsrechter zijn tussen deze z.g. inspiratie en de fantasieën van het eigen bedriegelijk mensenhart. Onderzoek de Schriften, want deze zijn het die van mij getuigen en gij meent door dezelve (namelijk door de Schriften) het eeuwige leven te hebben.5 Aan deze regel zijn wij door de Heer der Schriften zelf gebonden. Voorzeker de Heer Jezus heeft zelf gezegd: Het is u nut dat Ik weg ga - en als ik weggegaan zal zijn dan zal Ik de Trooster (namelijk de Heilige Geest) tot u zenden6 en die zal u in de waarheid leiden,7 want Hij zal het uit het mijne nemen en zal het u verkondigen8 en gij (namelijk de apostelen) zult mijn getuigen zijn.9 En nog op een andere plaats worden zij zalig gesproken die door uw woord (namelijk door het woord der apostelen) in Mij geloven zullen.10 Doch waartoe meer. Uw bijbel zij uw reisgids - en God heilige die waarheid aan uw hart en alzo zal er kracht uitgaan van de waarheid zelf om tegen de geesten der verleiding te kunnen bestaan, ook dan wanneer ze voortkomen van hen van wie wij geloven dat ze christenen zijn. Niemand kan een ander fondament leggen dan gelegd is, namelijk Christus - maar een iegelijk zie toe hoe hij daarop bouwt, want zo iemand daarop bouwt goud, zilver en kostelijk gesteente, zijn werk zal bestaan, maar zo iemand daarop bouwt hout, hooi en stoppelen, zijn werk zal verbrand worden, maar hijzelf zal behouden worden als door vuur.11 Doch al schrijvende is mijn brief vol geworden. De hartelijke groeten van vader en moeder, broeders en nicht, uw u liefhebbende vader,
D.P. Noordmans.
P.S. Schrijf s.v.p. duidelijk, sommige woorden bijna onleesbaar.
(AN)