136. Oepke aan zijn ouders
Utrecht, 6 oktober 1897
Geliefde ouders!
Met genoegen las ik Piers brief. Zijn edele had een gelukkig ogenblik toen hij die schreef. Hij was goed gesteld. Vooral het laatste gedeelte verwekte bij mij nogal hilariteit. Zoals ik schreef, hoop ik D.V. zaterdag over een week thuis te komen. Gaarne zou ik voor die tijd nog f 25.- hebben. Met mijn gezondheid gaat het best. Mijn hoofd heeft in de laatste dagen een sinds jaren ongekende helderheid. Ook begint het lezen beter te worden. Ge begrijpt echter, dat dat niet zo ineens komt. Ik zal dat langzaam moeten beginnen. Spoedig zult ge mij echter zien en kunnen we alles weer eens bespreken. Van Gaast1 ontving ik ook een brief. Het weer is kostelijk, met nachtvorsten. Vanmorgen 10 uur waren de bruggen nog wit. Mijn kosthuis blijft mij goed bevallen. Bijzonderheden heb ik nu niet meer te vertellen. Groet allen van mij. Gegroet van uw u liefhebbende zoon
Oepke.
(AN)