197. Ouders aan Oepke
Scharnegoutum, 5 augustus 1907
Aan onze geliefde zoon ds. O. Noordmans,
Lieve Oepke,
Uw berichten zijn door ons geregeld ontvangen. Spoedeisende berichten voor u zijn bij ons niet ingekomen. Van nu tot en met vrijdag zenden wij de voor u inkomende brieven D.V. aan het adres van de weleerwaarde heer ds. Matzer1 te Zoelen. Couranten zullen wij maar niet opzenden. Na uw vertrek is bij ons alles in geregelde orde gebleven. Mijn gezondheid is merkelijk beter. Moeder ook wel. Byzonderheden zijn niet te melden dan alleen dat de bliksem bij het onweer, dat vier uur later ook bij u was, des middags bij ons is ingeslagen in de toren en al de glazen daarin heeft doen barsten zonder brand te veroorzaken. Ook boven in de kerk is een gat geslagen en zijn een paar glazen gebroken. Het schijnt dat eindelijk in de regenwaterbak is ingeslagen althans de gemetselde stenen boven de grond zijn totaal weggeslagen, slechts een hevige regenvlaag en geweldige donderslag deed zich bij ons zien en horen en de bui dreef spoedig af. Ds. Heijmens Visser2 heeft voor O[osterend]3 bedankt. Van harte gegroet uw u liefhebbende vader en moeder,
D.P. Noordmans en G.O. de Roos.
(AN)