Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Jaren Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A, Utrecht

Weergave
Passages naar Readwise sturen

143. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 28 januari 1898

Lieve Oepke,

Uit uw briefje vernamen wij uw goede gezondheid, verbeterde eetlust en eentonigheid van uw levenswijze. Nu, mijn schrijven behelst ook al niet veel merkwaardigs, hoewel er natuurlijk meer variaties zijn vanwege huiselijk leven en beroepsbezigheden. Anders is er weinig veranderd sedert uw vertrek - over de kippen mag ik niet schrijven, gij begrijpt er dus alles van. Met veel genoegen lees ik De Clercq’s dagboek,1 vooral het tweede deel, hoewel ik nu juist niet kan zeggen waarin dat genoegen en genot hoofdzakelijk bestaat. Het is zo iets voor het gemoeds- en zieleleven, dat zich niet laat schrijven, bijvoorbeeld over het onhandige van het spreken over de preek met een predikant dadelijk na de preek was voor mij een les2 en dan bladzijde 883 en 119,4 enz. Nu, ik vertrouw dat er tussen u en mij ook een betrekking en een band bestaat, die zich niet in woorden laat beschrijven, dewijl de taal te arm is om dit uit te drukken. Vandaar meen ik dat men zo arm aan woorden kan zijn waar een sterke neiging bestaat om veel te zeggen - er is zo veel dat niet kan en niet mag gezegd worden dan alleen aan onze God, aan Wie onze personen met al het onze toebehoren en veilig kunnen toevertrouwd worden. Alleen met het gezicht daarop kan er een zielerust genoten worden die alle stormen des levens doet zwijgen - en die ons al onze ongerechtigheden doet werpen in de oceaan van Gods liefde, zoals Hij die ons doet kennen in de gift van zijn eniggeliefde Zoon, in Wien Hij al zijn welbehagen heeft betoond. Ook met het oog daarop geef ik u als mijn zoon in zijn hand. Hij doe ook u naar dit zijn goddelijk welbehagen de vrucht genieten van dat Evangelie des vredes naar ziel en lichaam beide. Ontvang verder de hartelijke groeten van uw u liefhebbende vader en moeder

D.P. Noordmans, G.O. de Roos.

Ook van harte gegroet van Pier en Gep.

(AN)

Noten

  1. 1

    Zie brief nr. 118 (22.6.1897), n. 1.↩

  2. 2

    Na een gehouden improvisatie schrijft De Clercq: ‘Wat anderen er in hooren, weet ik niet. Er werd niet over gesproken en dit is bijna even moeilijk als met een dominee over zijn preek te spreken. Het is een zaad in de harten gestrooid, waaraan God alleen de wasdom kan geven’; A. Pierson Willem de Clercq naar zijn dagboek dl. 2, 49; vgl. VW 1, 95.↩

  3. 3

    A.w., 88 (citaat uit een brief aan Groen): ‘Versta mij recht. Ik verlang niet, dat gij dom wordt, maar dat alle uw gaven geheiligd worden. Paulus had veel kennis. Het was hem altoos nut, die te bezitten, maar nadat hij geleerd had, alles schade te achten om de uitnemendheid van Christus. Hebben wij historie geleerd en gelezen buiten Christus, wij moeten nu leren inzien, dat Christus het middelpunt van de gehele wereldgeschiedenis is, dat afval van den mens en hereniging met God het thema der geschiedenis uitmaakt. Hebben wij de wijsbegeerte onderzocht, om ze te bewonderen, wij moeten nu leren, door de studie der wijsbegeerte, hoewel enige parelen in haar gevonden worden, uit de vroege overlevering afkomstig, het ijdele in alle menselijke weten en het ontoereikende van zijn kracht tot herschepping van den mens. Doch nog eens...laten wij bidden om die verlichting van den Geest zonder welke niemand kan zeggen, dat Jezus is de Christus, en wij zullen zien wat het is, uit het geloof te leven...God overal te dienen, en overal als in zijn volstrekte onmiddellijke nabijheid te handelen...Hetgeen waarheid buiten ons was, moet waarheid binnen ons worden; hetgeen een aanschouwing van ons verstand was, moet een gevoel worden, dat ons hart vervult. Wij kunnen ons dit zelf niet geven, maar wie bidt, ontvangt. Is deze brief u hiëroglyfisch en duister, zo is de schuld aan mij. Ga zelf tot de bron, en gij zult mij zeggen, gelijk de Samaritaan, enz.’↩

  4. 4

    A.w., 119 (Ds. Secrétan op een zondag uit de kerk bij De Clercq aan huis): ‘Toen kwam Secrétan ook nog los, en las ons Lukas X:1-24 met bijzonder veel zalving. Hij sprak zo hartelijk van de heerlijkheid des Heren, van het gewicht der boodschap die hij aan de mensen zond en van de verantwoordelijkheid van hen, aan wie het overbrengen van die boodschap was toevertrouwd. Hierbij sprak hij over zichzelf met zulk een innige nederigheid, en over alles met zulk een overtuiging en heiligheid, dat men wel zien kon, dat het geen geleerde les, maar een werk des heiligen Geestes was.’ J.C.I. Secrétan (1797-1875), gouverneur in Nederland 1822, Frans pred. te Stockholm 1825, Waals pred. en tevens hofprediker te ’s-Gravenhage 1828-1861, pred. en pastor van de Haagse Réveilkring, bevriend met W. de Clercq en G. Groen van Prinsterer.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 142. Ouders aan OepkeUtrecht144. P. Flieringa aan O. Noordmans →