118. Oepke aan zijn ouders
Utrecht, 22 juni 1897
Geliefde ouders!
Uw brief heb ik deze morgen ontvangen. Wat betreft mijn bijbel en kerkboek, ik wou wel dat die mij overgezonden werden. Doe er dan s.v.p. het dagboek van de Clercq1 bij, en mijn oliesteen.2 Mijn scheermes is wat stomp. Mijn kosthuis heb ik uitstekend getroffen. Het was zo klaar toen ik in Utrecht kwam. Mijnheer Van Velthuizen heeft het mij aan de hand gedaan. Het zijn aardige, goede, beste mensen zonder kinderen. Ze hebben een aangenomen kind in huis. Wat de behandeling betreft kan ik nog niet veel schrijven. Mijnheer Van Velthuizen zegt dat ik overigens goed gezond ben, maar dat het hersenvlies verdikt en verstopt is van bloed, dat losgemaakt en afgevoerd moet worden. Beter wordt het, zegt hij, maar hij kan niet juist de tijd bepalen. Zondagavond ben ik bij ds. Gunning3 geweest te theedrinken. Ik heb daar een gezellige avond gehad. Utrecht is een mooie stad met mooie plantsoenen eromheen. Overvloedig gelegenheid tot wandelen. Mijn gezondheid is uitstekend! Na groeten aan de gehele familie, ook aan ds. Flieringa, uw u liefhebbende zoon
Oepke.
(AN)