Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 4. Utrecht

Weergave

147. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 11 maart 1900

Geliefde Oepke,

Het wordt tijd dat ik u eens weer een schrijven zend van mijn hand, al is het dan ook dat dit schrijven in hoofdzaak alleen betekent, dat moeder en ik daardoor blijk geven van ons gedurig aandenken aan hun thans weer uitwonende zoon Oepke en dit aandenken kan niet anders zijn dan met verheuging, omdat gij daardoor weer het begeerde doel nader komt, dat gij uzelf en dat wij ons in u hadden voorgesteld.1 ‘De uitgestelde hoop krenkt het hart, maar de begeerte die komt is een boom des levens.’2 Over zaken heb ik niets te schrijven: de Boerengeschiedenis is ons beiden even goed bekend en over de toekomst valt niets te zeggen. Hun lot is in des Heren hand. Behaagt het Hem, Hij kan en zal de Boeren alsdan wel uit de overmacht van de Engelsen verlossen.3 Hij toch is niet de Machtige, maar de Almachtige God. Hij verlost en redt wonderbaar. Dit zij ook onze kracht. ‘De kerkelijke kas’ geeft nogal enige beweging in de Hervormde Kerk,4 dit een en ander zal u ook wel ter ore komen. Onze gezondheid en die van Van Dijk en Antje en van Jakob en Ruurtje is zeer goed. Ook van Van der Meer en Baaije naar omstandigheden goed. Jakob is in het voorjaar bijzonder gelukkig met de boerderij. Zijn koeien geven goed melk en hij heeft van vijftien koeien nu reeds dertien kalveren in het leven: elf koekalven en twee stieren. Onze boerderij is ook goed, maar veel kalveren hebben wij nog niet. Vijf koekalven en twee stieren van veertien die gekalfd hebben, één kwam drie weken te vroeg, één dier heeft zwaar gekalfd, zodat de achterhelft van het kalf er aan stukken is uitgehaald en één kalf is er gestorven. Dat waren alle drie koekalveren geweest. Het dier heeft nogal geleden maar toch gaat het goed vooruit en geeft goed melk. Uw profetie is daarbij niet uitgekomen. Want dit dier was nu juist bij een andere stier geweest. Met Pier zijn kippen gaat het goed. Per dag van vijftien tot twintig eieren gemiddeld. Het hoogste is 23 geweest. Op een dag vanaf het begin heeft hij nu 1285 eieren gehad en de prijs is nu voor het eerst 65 cents. Tot dusver alles nog hoger. Heden echter is er een kip stervende. D.V. gaan moeder en ik in deze week een paar dagen naar Tzum. Het weer is thans mooi. Oepke de Roos gaat D.V. naar Rinsumageest.5 Wij zijn er l.l. donderdag geweest om hen in O.6 een laatste bezoek te brengen en hiermede zal ik eindigen. Hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder en broeder, getekend mede namens hen uw vader

D.P. Noordmans

P.S. wacht s.v.p. niet weer zo lang met schrijven.

(AN)

Noten

  1. 1

    ON stond voor het zgn. ‘groot tentamen’ (21.5.1900), dat hij aflegde bij C.P. Tiele (1830-1902).↩

  2. 2

    Spr. 13:12.↩

  3. 3

    Op 27.2.1900 braken de Britten door de linies van de Boeren in de Boerenoorlog in Zuid-Afrika.↩

  4. 4

    Het Reglement op de Generale Kas, 15 januari 1900 ingevoerd, legde de verplichting van een bijdrage van minstens f 0,25 op ieder nieuw lidmaat; voor hen die vóór die datum lidmaat werden, was de contributie vrijwillig.↩

  5. 5

    Oepke de Roos werd geref. pred. te Rinsumageest, zie brief nr. 1 (16.3.1884), n. 1.↩

  6. 6

    Oudega (Wymbr.).↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 146. G.Th. Smit aan O. Noordmans4. Utrecht148. Oepke aan zijn ouders →