Stichting dr. O. Noordmans
Verzamelde Werken Inhoud Bijbelregister Zoeken

Verzamelde Werken, deel 9A · 1. Zetten

Weergave

46. Ouders aan Oepke

Scharnegoutum, 16 september 1888

Lieve Oepke!

Heden is het rustdag. Voor ons in meer dan één opzicht, want vooreerst is het rustdag van de gewone bezigheden van de dag, maar ook omdat na uw vertrek ook Oepke en Tom zijn vertrokken en Van Dijk en Antje1 zijn nog te Longerhouw. Wij hebben dus een stille zondag, nog meer, want ook de kleine speelgenoot2 van Pier (Kleine) is dood, tot spijt van ons allen, maar vooral van Pier. Gisteren had hij weer een toeval evenals toen gij thuis waart, maar veel erger. Het was zo erg dat wij hem ontweken uit vrees dat hij dol zou worden. Het ging echter weer over en toen heb ik hem maar dadelijk opgehangen aan het rek van de molenzeilen ter voorkoming van mogelijke ongelukken. Ook is het rustdag van de nahooiing, die vooral in de week die achter ligt druk was, want het hooi van de zes3 was klaar en dat konden wij nu met dit prachtige weer goed bewerken en mooi binnenhalen, maar ook daartussendoor moesten wij gedurig het hooi van de dertien4 verwerken wegens te hard broeien. Het hooi is nu binnen en ook heb ik hoop dat het ergste broeien voorbij is en dat het dus ook vooral voor vader (die met de zorgen van dit een en ander belast is) in dit opzicht rustdag is, zult gij enigszins begrijpen; of het nu ook rustdag is in het hart? Een rustdag in het volbrachte verlossingswerk van Jezus Christus en daarbij ‘rust mijn ziel, uw God is koning’;5 nu, dat er ook heden van die rust een weinig wordt genoten, althans door mij, ik ontken het niet, maar ook dan is het misschien geluk aan het Woord des Heren ‘rust een weinig’,6 want gij weet, er zijn nogal wat vraagstukken in het verschiet, waaraan met verloop van tijd een oplossing zal moeten gegeven worden, hetzij in een weg van lijdzaam volgen of werkdadig handelen, bijvoorbeeld: hoe zal het met u, blijven te Zetten, of er vandaan, hoe zullen wij handelen te Oosterend bij de publieke verkoop der zate en landen,7 waarvan de eerste zitdag D.V. woensdag a.s. staat gehouden te worden. Verder staat mij voor de deur de verhuring der plaatsen8 van S. de Boer en H. Hylarides,9 waarin ik natuurlijk sta tussen de stoffelijke belangen der erven en boeren, (‘Leer mij, o Heer! de weg, door U bepaald’)10 en de inhuring van de dertien.11 Dan staat er voor de deur het benoemen van een wethouder in onze gemeente, waarin ik misschien ook betrokken word, ook kan het zijn dat het denkbeeldig is, maar toch in elk geval houdt het soms meer dan mij lief is mijn gedachten bezig. Doch waartoe meer, alleen heb ik maar eventjes iets gezegd van de zorgen des levens die ons zo gedurig bezig houden. Mij dunkt, mijn zoon, die er aan denkt predikant te worden, mag er wel iets van weten wat er zo in de wereld onzer gedachten omgaat. Ik zeg onzer, want uw moeder heeft er natuurlijk ook evenzeer de hare als ik, hoewel het niet altijd gaat over dezelfde onderwerpen, begrijpt ge dat het soms verkieselijker is te mogen zeggen: ‘Doch gij, mijn ziel, het ga zo ’t wil, stel u gerust, zwijg Gode stil, wacht op den Heer, zijn heil zal blijken.’12 Baaije is niet recht vlug, overigens zijn wij allen goed gezond, ook eergisteren was het bij Lambers wel en de familie ook alles goed. Ook heb ik mijn broeders bij S. de Boer ontmoet. Ook bij hen was alles wel, behalve dat het been van Oom Jakob nog niet beter was. Woensdag l.l. zijn wij bij W. Feitsma geweest ter visite ter gelegenheid van het a.s. huwelijk van Jitske Eringa.13 D.V. zal zij heden over acht dagen door haar broeder Jan14 in het huwelijk worden ingezegend. D.V. zenden wij u met het afzenden van deze brief ook het boek15 en een hemd, en verwachten dan ook van u eens een wat uitvoeriger schrijven, althans als het u niet aan stof ontbreekt. Hartelijk gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder alsmede van Jakob, Pier en Gep, Ymkje en Gerben. Nogmaals gegroet van uw u liefhebbende vader en moeder

D.P. Noordmans en G.O. Noordmans-de Roos.

(AN)

Noten

  1. 1

    Oepke de Roos en D. Tom, zie brief nr. 42 (19.6.1888), n. 1; Hantje van Dijk en Antje Noordmans.↩

  2. 2

    Kleine = de hond.↩

  3. 3

    Aanduiding van een stuk weiland.↩

  4. 4

    Idem.↩

  5. 5

    Evangelische Gezangen 22 (gez. 179 bundel 1938).↩

  6. 6

    Mark. 6:31.↩

  7. 7

    De verkoop van de boerderij te Oosterend, zie brief nr. 50 (4.10.1888).↩

  8. 8

    Pachtboerderijen, waarover DPN het beheer voerde tbv. de erven.↩

  9. 9

    S. de Boer en H. Hylarides: pachters.↩

  10. 10

    Ps. 119:17 (ber. 1773).↩

  11. 11

    Zie n. 3.↩

  12. 12

    Ps. 62:4 (ber. 1773).↩

  13. 13

    Zie brief nr. 26 (12.3.1887), n. 6.↩

  14. 14

    J.P Eringa (1855-1924), herv. pred. te Gaast en Ferwoude 1884, Ferwerd 1888, Oostwold (Oldamt) (Gr.) 1893, Amsterdam 1901-1920.↩

  15. 15

    Het woordenboek op Homerus.↩

Verantwoording

Deze pagina is automatisch opgebouwd uit het zetbestand van het boek; de noten zijn aan hun verwijzing gekoppeld. Dat bestand heeft geen paginanummers: een brief wordt aangehaald met zijn nummer. Zet onder Weergave de correcties aan om de herstelde en de onzekere plaatsen (⚑) in de tekst te zien. De tekst is niet met het gedrukte boek vergeleken.

← 45. Oepke aan zijn ouders1. Zetten47. Oepke aan zijn ouders →